In gesprek met Ron Coenen, voorzitter van de LWV.
Als je het hebt over werkgelegenheid, economie en ondernemerschap in Limburg, dan kom je al snel uit bij Ron Coenen, voorzitter van de LWV (de Limburgse Werkgevers Vereniging).
Een Limburger pur sang. Geboren en getogen. Een tijdelijk tropische werkvloer op Aruba won het toch niet van Limburg. Hij bouwde zijn bedrijf uit van een klein team naar zo’n 25 mensen en verkocht het uiteindelijk een paar jaar geleden. En nu dus in de rol van voorzitter van de LWV.
Ron zijn drijfveer: niet zozeer het ondernemen op zich, maar de behoefte om impact te maken. Ron verwoordt het als: “Wat voor mens wil je zijn? Ik wil het verschil kunnen maken. En dat kan hier. In Limburg zie je wat het effect is van wat je doet. En bovendien is er nog genoeg te doen!”
Zijn rol als voorzitter van de LWV kwam niet uit het niets, maar was ook geen uitgestippeld plan. Hij zat al in het bestuur, tussen ervaren namen uit het bedrijfsleven en de politiek. Daar merkte hij hoe anders de gesprekken werden.
“Het gaat daar over strategie, over economie op grotere schaal. Dat maakt het interessant, maar ook spannend.”
Toen hij werd gevraagd om te solliciteren naar het voorzitterschap, twijfelde hij.
“Het is een competitief proces. En je zit daar met mensen die hun sporen ruimschoots verdiend hebben.” Toch besloot hij het te doen. Omdat hij voelde dat hij vanuit die rol daadwerkelijk iets kon betekenen voor de regio.
Een belangrijk deel van ons gesprek ging over zichtbaarheid. Niet alleen van bedrijven, maar van Limburg als geheel. Ron is daar duidelijk in: “Limburg is te lief. Te bescheiden. We hoeven niet in Calimero-gedrag te blijven hangen. Het is de hoogste tijd dat we zichtbaar veel trotser zijn op wat hier gebeurt. En dat gezamenlijk meer, beter en sterker uitdragen.”
In Noord-Limburg zitten tientallen bedrijven die wereldwijd een leidende positie hebben. Verspreid over de provincie liggen vier Brightland campussen waar innovatie en ontwikkeling centraal staan. En sectoren als chemie, health en maakindustrie draaien op hoog niveau.
Er zijn al veel waardevolle meters gemaakt om dat verhaal breed uit te dragen. Maar het mag zeker nog veel meer op de radar gezet worden. “We laten het nog steeds te weinig zien,” zegt Ron.
Tegelijkertijd zit daar ook meteen een uitdaging. Limburgers voelen zich als één provincie, maar gedragen zich niet altijd zo.
Ron schetst het treffend:
“Aan de ene kant zijn we één grote Limburgse familie. Aan de andere kant houden we ieder vast aan ons eigen stukje. Noord, Midden, Zuid.”
Dat zie je ook terug in hoe regio’s en organisaties zich profileren.
Daarom wordt er gewerkt aan initiatieven zoals de One Economic Board, waarin Limburg met één stem naar buiten treedt.
“We moeten naar buiten toe één verhaal vertellen. Eén propositie. Anders verlies je kracht naar de toekomst toe.”
Wat Limburg uniek maakt, is de ligging.
De provincie grenst voor 75% aan België en Duitsland. Dat maakt de arbeidsmarkt en economie automatisch breder dan alleen Nederland. Maar volgens Ron benutten we die positie nog onvoldoende. “We zien die grens nog te vaak als een grens, terwijl het juist een kans is.”
Daar zit wel een belangrijke nuance in. Werken over de grens betekent ook omgaan met verschillen.
De werkcultuur in Duitsland is formeler en hiërarchischer. In België liggen verwachtingen en omgangsvormen weer anders. En Nederlandse werknemers staan bekend om hun directheid en informele manier van werken.
Dat vraagt dus om aanpassing en dat begint met begrip en een open geinteresseerd gesprek. Wat kan wel, wat zijn de gezamenlijke doelstellingen?
Niet alleen in hoe je samenwerkt, maar ook in hoe je je als werkgever (online) presenteert.
Wie dat goed doet, vergroot zijn speelveld enorm.
Daar komt bij dat de arbeidsmarkt in Limburg onder stevige druk staat. Ron schetst een beeld dat weinig ruimte laat voor twijfel. “Eén op de drie werknemers is straks ouder dan 55.”
Vergrijzing raakt Limburg harder dan andere regio’s. Tegelijkertijd neemt het ziekteverzuim toe en staat de arbeidsproductiviteit onder druk. “Mantelzorg is nog nooit zo hoog geweest. En dat gaat alleen maar verder stijgen.”
Daar bovenop komt een cultuur waarin veel mensen in deeltijd werken en waarin mentale belasting steeds vaker een rol speelt.
Het maakt dat werkgevers niet alleen moeten kijken naar instroom, maar vooral ook naar hoe ze omgaan met de mensen die er al zijn.
Daarmee komen we bij een onderwerp waar Ron zeker de nadruk op legt: werkgeverschap. “Je moet een cultuur creëren waar mensen bij willen horen,” zegt hij. “Een plek waar mensen zich thuis voelen.”
Hij noemt DSM als voorbeeld. “Mensen die daar gewerkt hebben, voelen zich nog steeds DSM’er. Dat zegt alles.”
Het gaat volgens hem om meer dan alleen werk. Mensen willen ergens bij horen, van betekenis zijn en gezien worden. Tegelijkertijd houdt hij het realistisch. “Het is nooit allemaal kumbaya op de werkvloer. Het moet ook van twee kanten komen. It takes two to tango.”
Maar hoe krijg je dat gevoel van cultuur en werk overgebracht naar mensen die er nog niet werken? Ron: “Dat begint bij wat je laat zien. Offline én online.”
Herma beaamt: “Daar is werk aan de winkel. Veel organisaties blijven hangen in vacatures en incidentele berichten. Terwijl er dagelijks veel meer gebeurt. Er gebeuren elke dag waanzinnige dingen op Limburgse werkvloeren. Niet alleen die grote mijlpalen, maar juist ook de kleine momenten. Laat die zien.”
Daar zit de sleutel. Niet alleen voor zichtbaarheid, maar ook voor trots, betrokkenheid en aantrekkingskracht als werkgever.
Waarom gebeurt dat dan nog te weinig? Volgens Ron zit dat deels in de Limburgse mentaliteit. “Doe maar normaal. Niet te veel opvallen. Gewoon je werk doen.”
Maar die houding werkt niet meer in deze tijd. De tijdsgeest is veranderd. Het moment is nu. We roepen het al jaren, maar nu moeten we het ook echt gaan doen.” En dat gaat niet over onnodige borstklopperij, gebakken lucht verkopen, je mooier voordoen dan het werkelijk is. Maar wat goed is, waardevol, betekenisvol; maak dat veel meer zichtbaar. Zodat de mensen die het nog niet weten, ook erover lezen en horen.
Zijn oproep is duidelijk: “Minder praten. Meer doen. Show them, don’t tell.”
Wat daarvoor nodig is, is samenwerking. Tussen bedrijven, tussen regio’s en tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Niet blijven hangen in je eigen stukje, maar kijken naar het grotere geheel. Limburg heeft alle potentie in huis. Sterke bedrijven, innovatiekracht en ondernemerschap.
We sloten af met een knipoog. “Wanneer komt de eerste vrouwelijke voorzitter van de LWV?” Dat antwoord houden we nog even tegoed…
Met dank aan Ron Coenen voor het open gesprek en zijn heldere visie.
Over Herma: Herma Westenberg. Ik help marketing- en communicatiemanagers om hun organisatiezichtbaarheid en werkgeversverhaal sterk, onderscheidend en aantrekkelijk zichtbaar te maken op LinkedIn. Meer dan 15 jaar werk ik als trainer, storytelling en employer branding. Mijn onderwijsachtergrond zorgt ervoor dat kennis geen inspiratie blijft, maar gedrag wordt.
Referenties.
Ik werk of werkte voor onder andere GGD Zuid-Limburg, MET ggz, MKB Limburg, Wolters Kluwer Schulinck, Cataegis Regiehuis, Zuyd Hogeschool, VISTA, L1, Discovery Museum, Maastricht Convention Bureau, MVV, JOGG Limburg, Playing for Success, Thermae 2000, KBO Limburg, Paulussen advocaten, At Mens en Delfin Executives.
Aanpak.
Van medewerkers naar medemerkers. Zolang zichtbaarheid alleen op de bedrijfspagina blijft, blijft het een marketingtaak. Wanneer medewerkers hun persoonlijke profiel inzetten en snappen hoe hun verhaal bijdraagt, ontstaat echte aantrekkingskracht.
Resultaat.
Een sterkere reputatie in de regio en binnen jullie vakgebied. Minder afhankelijkheid van bureaus en generieke content. Meer herkenning bij kandidaten, samenwerkingspartners en stakeholders.
Vervolg.
Wil je ook met jouw team aan de slag om LinkedIn in te zetten om als werkgeversmerk sterk, onderscheidend en aantrekkelijk online zichtbaar te zijn? Stuur mij een bericht op LinkedIn of mail herma@merkjemerk.nl