Wat er gebeurt als mensen stoppen met ‘posten’ en gewoon hun werk laten zien. Edward Lie-a-sam (HAVEP) & Marjolein Beerendonk (VP Textile) over LinkedIn, B2B organisatieprofilering anno 2026

Content op LinkedIn waarbij je denkt: dit is geen ‘gemaakte’ content, dit is gewoon iemand die zijn werk laat zien.

Geen gelikte “kijk ons eens geweldig zijn”-posts.
Geen wollig marketingpraat of ongeloofwaardige inhoud.

Maar medewerkers die vertellen wat ze doen, wat ze zien, wat ze leren. En die dat op een manier doen waardoor je blijft hangen in de overvolle online tijdlijn.

Van medewerkers naar medemerkers.

Een goed en inspirerend voorbeeld van zo’n medemerker is Edward Lie-a-sam. New Business Development manager bij HAVEP. En in de praktijk ook: de man die even twee petten op heeft, omdat er tijdelijk een rol openstaat totdat er iemand nieuw instapt. Druk zat dus.

En toch: zichtbaar. Consequent. Menselijk.

Ik vroeg Edward of ik hem mocht interviewen voor mijn reeks over hoe organisaties LinkedIn inzetten. En omdat dit niet alleen gaat over “Edward post iets”, maar ook over hoe je dat als organisatie slim en haalbaar maakt, schoof Marjolein Beerendonk aan. Zij is digital marketeer bij VP Textile, waar HAVEP onderdeel van is.

We spraken niet over “de perfecte strategie”.
We spraken over het echte werk: wat werkt, wat schuurt, en hoe je zichtbaar blijft zonder dat het een extra baan wordt.

“Ik doe dit niet voor LinkedIn”

Edward: “Wat ik deel op LinkedIn, komt gewoon voort uit enthousiasme voor mijn werk. Ik ben daar niet mee bezig als ‘strategie’.”

In zijn rol van new business development is Edward veel bij eindklanten, hij zit in gesprekken, hij maakt dingen mee. Over het product, maar eigenlijk gaat het meestal over vertrouwen, samenwerking, gedoe oplossen, dingen beter maken. En dát is de basis van zijn posts.

Marjolein knikt. Zij is natuurlijk wél bezig met planning, campagnes en resultaten. Maar ze ziet ook dat dit type content het beste werkt omdat het niet voelt als “we moeten iets”.

“Je kunt het helemaal uitdenken,” zegt ze, “maar als het niet echt is, is het meteen weg.”

En dat is precies waar veel B2B-bedrijven nu tegenaan lopen. De markt is drukker dan ooit. Iedereen post. Iedereen “is trots”. De feed zit vol. Dus wat blijft er over? Dingen die echt voelen. Mensen. Praktijk. Eigen toon.

Video: ja, maar niet als circus

Dan video. Want ja: video groeit. Maar ook: video kan zó misgaan als het te bedacht wordt. Of als collega’s geforceerd voor de camera moeten, omdat marketing heeft bedacht: dat is leuk en dat doen die andere ook.

Edward heeft eerder videoprojecten gedaan en kent het verschil tussen “natuurlijk” en “gespeeld”.

“Als je gaat acteren, zien mensen dat meteen,” zegt hij. “Dan haakt iedereen af.”

We kennen allemaal de voorbeelden waarbij een directie of een manager geforceerd een gescripte tekst in de camera moet vertellen. Het ongemak en ongeloofwaardigheid straalt er vanaf. Alle begin is moeilijk en als je begint met het maken van video’s dan kan het soms nog onwennig overkomen, maar dat wordt niet bedoeld. Het gaat om de inhoud, voorgekauwde scripts waar alle menselijkheid, geloofwaardigheid en eigenheid uitgehaald is. Of als een collega tegen wil en dank dan toch maar instemt. Het is geen reclame-blok voor RTL 4.

Marjolein vult aan dat ze best datagedreven werken. Ze meten, ze kijken naar prestaties, ze verzamelen steeds meer informatie. Alleen: benchmarks zijn lastig. Want wat “goed” is, verschilt per doelgroep, per timing, per type post.

En dan gebeurt er iets wat we wel weten maar waar we te weinig rekening in de praktijk mee houden: een spontane post, fotootje, niks groots, doet het ineens beter dan de ‘perfect’ geplande campagne.

We kwamen uit op iets simpels en haalbaars:

  • ongeveer twee video’s per maand
  • afgewisseld met foto’s, korte verhalen en af en toe een wat langer stuk
  • altijd ondertiteld (want mensen kijken vaak zonder geluid)
  • en vooral: niet moeilijk doen

Het klinkt bijna te simpel, maar dit is precies hoe je het volhoudt.

Waarom dit in 2026 extra belangrijk wordt (zonder dat het “sales” is)

Een stuk realiteit waar veel organisaties zich nog steeds op verkijken.

B2B-kopers doen steeds meer eigen online onderzoek en vertrouwen (steeds meer) op ervaringen van collega’s, partners in de branche, hun goede relaties. Veel onderzoek gebeurt zonder dat er ooit iemand met sales praat. En als je dan tóch in beeld komt, willen mensen snel snappen: zijn dit serieuze mensen? snappen zij onze wereld? kan ik ze vertrouwen?

Marjolein zegt het mooi nuchter: “Als je online niks van jezelf laat zien, ben je voor veel mensen gewoon… een naam.”

En Edward vult aan: “Terwijl ze je wél moeten kunnen plaatsen.”

Dat is precies de functie van LinkedIn in B2B anno 2026:
niet “hard verkopen”, maar vindbaar en geloofwaardig zijn op het moment dat iemand jou nog niet nodig heeft, zodat je top of mind bent als het wél zover is.

En dan heb je nog iets: de beslissers die je niet ziet.

LinkedIn noemde die in 2025 heel treffend: Hidden Buyers. Denk aan finance, procurement, legal. Mensen die wél meebeslissen, maar niet staan te juichen onder jouw posts. En toch bepalen zij vaak of iets doorgaat.

Die groep overtuig je niet met “wij zijn innovatief”.
Die groep overtuig je met consistentie, inhoud, bewezen resultaten in de praktijk, persoonlijke en herleidbare referenties, en het gevoel: hier zit een waardevolle organisatie achter.

Eén gezicht werkt, maar het moet niet op één persoon leunen

Edward is nu duidelijk een zichtbaar gezicht. Dat helpt enorm. Mensen herkennen hem. Hij wordt aangesproken. Hij krijgt reacties die ergens over gaan.

Maar daar zit ook een risico in: wat als het hele verhaal leunt op één persoon?

Dat punt kwam vanzelf in het gesprek. Niet als kritiek, maar als logische volgende stap.

Marjolein: “Niet iedereen binnen de organisatie hoeft zichtbaar te zijn. Maar je wilt wel meer gezichten.”

En daar ben ik het helemaal mee eens. Niet omdat “employee advocacy” hip is, maar omdat het gewoon waar is: organisaties worden geloofwaardiger als je meerdere mensen ziet.

Alleen: je moet dit niet proberen met “iedereen moet posten”.

Mijn ervaring (en dit zie je bijna overal):

  • een kleine groep vindt dit leuk en doet het vanzelf of behoort tot natuurlijke autoriteit vanwege hun functie of expertise (20%)
  • een grote middengroep kijkt mee en haakt af en toe aan (60%)
  • en een groep wil dit écht niet (20%)

Dat is prima.

De kunst is: vind die eerste groep, faciliteer die mensen, en maak het ze makkelijk(er).

De contentkalender: niet om strak te plannen, maar om rust en grip te geven

Er werd ook gesproken over een contentkalender. En dit is zo’n onderwerp waar de mensen meteen denken: oh help, nog een spreadsheet, nog meer gedoe.

Maar dat was niet de insteek.
Het gaat juist om het tegenovergestelde: rust.

Een contentkalender als:

  • lijstje thema’s (keywords worden in 2026 nog belangrijker, zodat LinkedIn, de techniek, weet welke onderwerpen bij jou of jullie organisatie horen; ‘interesting marketing’)
  • momenten die je al weet (events, productintro’s, klantmomenten)
  • ruimte voor spontane dingen
  • en vooral: een plek waar je ideeën dumpt, zodat je niet elke week opnieuw hoeft te bedenken “wat moeten we posten?”

Edward: “Je moet momenten vangen.” Foto’s maken, even noteren, kleine dingen vastleggen.

Want goede content ontstaat meestal niet achter een bureau.
Die ontstaat in de praktijk.

B2B-zichtbaarheid in 2026 draait niet om harder roepen. Het draait om herkenbaar zichtbaar zijn.

En dat gaat verrassend vaak goed als je drie dingen doet:

  1. Laat echte mensen en het echte werk zien
    Niet perfect, wel eerlijk.
  2. Kwaliteit boven kwantiteit, maar blijf het wél doen
    Af en toe wat foto’s/updates tussendoor is echt onvoldoende als je serieus werk wilt maken van sterke online zichtbaarheid als (werkgevers)merk.
  3. Maak het niet afhankelijk van één persoon
    Edward als gezicht werkt. Maar het wordt nóg sterker als je er twee of drie gezichten naast zet.

Want dan bouw je aan iets dat blijft staan, ook als iemand vakantie heeft, uitvalt, of een nieuwe rol krijgt. En wordt het onderdeel van de hele organisatie en voorkom je dat het een marketing-dingetje is.

Dit lukt niet met een losse training of een ‘we gaan het eens proberen’-aanpak.

Wat Edward laat zien, werkt omdat het past bij de praktijk, bij zijn rol en bij de cultuur van de organisatie. En precies dát is waar het in veel organisaties misgaat:
ze willen wel echte zichtbaarheid, maar organiseren het alsof het een campagne is.

Organisaties die in 2026 LinkedIn serieus willen inzetten als marketing-, communicatie- en werkgeversinstrument, moeten stoppen met losse acties.
Het vraagt om keuzes. Om structuur. En om begeleiding die snapt hoe B2B-zichtbaarheid in de praktijk werkt, niet alleen in theorie.

Daar begeleid ik organisaties bij.
Niet door mensen te leren posten, maar door zichtbaarheid zo te organiseren dat het vol te houden is, geloofwaardig voelt en niet leunt op één enthousiast persoon.

Wil je dat LinkedIn voor jullie organisatie ook gaat werken zoals bij HAVEP en VP Textile, menselijk, herkenbaar en zonder marketingcircus, dan vraagt dat om een serieuze aanpak.

Geen trucjes. Geen riedeltjes.
Maar een manier van werken die past bij jullie mensen, jullie cultuur en jullie dagelijkse praktijk.

Wil je weten waar jullie zichtbaarheid nu lekt, waar kansen blijven liggen en wat er nodig is om dit structureel goed neer te zetten in 2026?

Mail mij op herma@merkjemerk.nl  Dan kijken we samen scherp en eerlijk of mijn aanpak past bij jullie organisatie.

Dank aan Edward en Marjolein voor het open gesprek!